Kort Verhaal | Rollen

Met dikke tranen rol ik weer naar huis. Mijn tas is vol. Mijn schouders krom naar voren gebogen. De enige warmte die ik voel komt van mijn blaas. Ik moet plassen, maar durf geen afscheid te nemen van de geliefde hitte die ik in mij voel. Ik strompel naar huis. Struikelend over mijn eigen voeten. Zijn alle tegels scheef en de straten langer? Of zijn mijn benen krom en mijn armen korter? Ik reik met mijn armen naar jou. Ik beweeg met mijn vingers. Ik leun naar voren. Ik verlang naar je. Ik mis je. Ik val.

Ik val naar huis. Mijn tas is vol. Mijn schouders nog altijd even krom. Mijn benen zijn warm. Mijn blaas is leeg. Ik ben het vuur in mij verloren. De aarde sterkt door mijn zwakte. De rozen van jouw buurvrouw bloeien mooier, mooier dan ik ooit eerder zag. Mijn zwakte laat anderen groeien. Of ben ik degene die krimpt? Mijn broek is warm. De aarde nat. En ik ben alleen. Reikend naar een toekomst die er misschien niet is. Wijzend naar een persoon die er nooit zal zijn. Vallend naar een thuis, die niet van mij is.

Met de rozen van jouw buurvrouw en de glorie van anderen in gedachten, kijk ik naar mijn natte broek, de natte aarde en mijn te korte armen. Met mijn armen naar voren gestrekt, grijp ik in de lucht. Met voldoende zuurstof in mijn hand, hap ik naar adem. Mijn zware tas ontneemt al mijn zuurstof. De stress grijpt mij naar de keel.

Stress grijpt niet naar lucht, maar ontneemt het.

Happend naar adem. Vallend naar huis. Ik hinkel, struikel en pleur. Mijn tas is gevuld met jaloezie, mijn pis stinkt naar angst, mijn korte armen wijzen mij op mijn gemiste kansen. De keren dat ik jou niet kon bereiken. De keren dat mijn omhelzingen te kort schoten. Jaloezie vulden mijn tas, mijnĀ  schouders groeiden krom. Steeds vaker greep ik mis. Ik had lucht, maar geen liefde. Jij had ruimte, maar geen steun. Ik drink en verzuip. Proestend in mijn verdriet.

Ik mis je, maar jij mij niet.